Ik heb geen flauw idee waar ik moet beginnen. Oké. We doen het chronologisch.
Ik ben geboren na een moeilijke bevalling, ik lag dwars, maar in het ziekenhuis 'hadden ze dat niet door'. Ik heb twee navelstrengvaten in plaats van drie en een vrij groot percentage van de mensen die dat hebben, hebben ook andere hart/lever/nier afwijkingen.
Ik was een huilbaby. Mijn ouders zijn langs duisent dokters geweest. Ze vonden hartruis bij me, er zit/zat een klein gaatje tussen de linker- en rechterhelft van mijn hart. Daardoor komt zuurstofarm bij zuurstofrijk bloed. Verder heb ik niets, behalve lichte allergieën voor sommige metalen en pleisters. Ze hebben me maar laten huilen en uiteindelijk is dat opgehouden. Ook doordat ik toen geen middagslaapje meer had.
Ik kroop nog niet toen iedereen al liep. Ik heb twee weken gekropen en ben toen gaan lopen. Je kon me ergens neerzetten en drie uur later zat ik er nog.
Mijn vroegste herinneringen: eten, vakantie. Eten was belangrijk voor me. Ik hield ervan. Ik had overgewicht toen ik twee was. Ik moest melk verdunt met water drinken (toen snoepte ik nooit, dus waar moet je anders op inkorten?) Melk verdunt met water is vies. Melk vind ik nu ook maar vies. Olijven vond ik lekker en champignons. Beide vind ik nu vies. Ik tekende en zong enthousiast liedjes mee. Verder hield ik mijn mond.
Ik ging naar de peuterschool. Ik was verlegen. Dood- en doodverlegen. Ik durfde niet te vragen of ik naar de wc was en ik plaste op de stoel waar later de juf ging zitten. Ik hoefde daarna nooit meer te vragen of ik naar de wc mocht. De eerste keer dat ik dat trouwens weer vroeg, was in de tweede klas middelbaar. En toen vond ik het nog eng.
Kleuterklas. Verlegen. Tekenen. Ik 'bakte' zandtaartjes met de perfecte combinatie tussen nat (hard) en droog (zacht) zand. Ik had een vriendinnengroepje. Op mijn rapport staat 'Emmeke is een geboren rekenaarster'. In groep twee mocht een meisje voorlezen 'want dat was zo knap'. Ik kon toen ook al lezen.
Groep drie, want ik mocht geen derde jaar blijven kleuteren. Jonge leerling. Maar mijn vriendinnen waren jonger, die moesten wel een derde jaar kleuteren. Ik had geen groepje meer. Ik moest met een speciaal potlood schrijven. Op mijn rapport stond 'Emmeke maakt prachtige, kleurrijke tekeningen'. Ik denk dat dat het moment was waarop ik mij 'anders' ben gaan voelen.
Vanaf dat moment heb ik nooit meer echt in een klas, in een groepje gehoord. Ze vonden me wel aardig, denk ik, ze konden niet veel vinden, ik was immers zo stil. Ze haatten me niet, maar misschien vergaten ze me.
Ik bleek tot de besten van de klas te behoren, samen met D, een jongen. Ik verveelde me. Ik tekende.
Groep vijf of zes. Ik ging gedichtjes schrijven. Mensen (bijvoorbeeld mijn juf) vonden ze fantastisch. Ik vond ze stom, want er zat geen gevoel in. Ik hield er dan, na twintig gedichten, ook mee op, ik wilde mooie gedichtjes schrijven, geen stomme.
Groep acht. Mijn tempo was nog steeds ontzettend laag. Ik was traag. Ik verveelde me al de hele basisschool. Kreeg verrijkingsstof voor rekenen, maar kwam niet eens door de normale stof heen. Mijn rapport was goed, er stond een opmerking bij over de matigjes voor tempo. 'We weten misschien waar ze vandaan komen en we gaan er aan werken' Ook moest ik wat gaan doen met 'toneelspelen of dans'. Ik kan niet dansen. Ik had een vriendin die overal het tegengestelde in was. Ik rookte. Ik werd verliefd, net nadat groep acht afgelopen was. Advies: vwo.
Onderbouw havo/vwo. Ik voelde me niet de kleinste, hoewel iedereen dat altijd zegt. Stof was interessanter, bijvoorbeeld voor Sience en geschiedenis - ik deed half mee en haalde een negen. Talen gingen moeilijker, vieren, vijven, zessen. Ik kon niet leren, ik kón (nog) niet leren, had dat tot dusver nooit gehoeven. LO lag en ligt me ook niet, net zoals bewegen met als klein kind ook nooit lag. Gewoon helemaal nooit, eigenlijk.
Begin derde begon ik met dichten. Toen kreeg ik te horen dat ik moest verhuizen. Vreselijk. Drama. Afschuw. Janken, schreeuwen, schelden, frustratie, haten, alles haten. Maar alleen thuis. Ik kan niet tegen verandering. Eind derde, eerste vriendje, vond 'm niet echt leuk, maar het was wel interessant en het was een goede vriend. Bovendien: iets wat leek op het einde van DE verliefdheid (die begon toen groep acht net over was). Ik zag 'm tenminste nooit meer.
Vierde, nieuwe school (want afstand was aan de grote kant en ik ben heel lui) - nieuwe ronden, nieuwe kansen. Talen gaan beter. Natuurkunde slechter. NT/NG profiel. Nog steeds hoge cijfers (acht gemiddeld) zonder de 'twee uur huiswerk per dag'. Thuis kan ik me niet motiveren. Ik won doemaardichtmaar in mijn leeftijdcategorie, hoewel die overal nog stond als 12-14. Dat is stom, als je 15 bent.
Vijfde. Nu. Heden. Ik ben zestien en ik rook al heel mijn zestiende levensjaar niet. Ik was er praktisch op m'n vijftiende al mee gestopt. 'De' verliefdheid heb ik tot symbool verheven. Ik dicht, maar ben inspiratielozer. Ik denk nog steeds veel, ik teken soms, ik verveel me op school of het interesseert me niet. Ik twijfel wat ik wil worden. Ik heb veel te vertellen (zie mijn hele verhaal) maar ik zwijg nog te vaak. Ik weet niet wat ik worden wil. Volgend jaar 6 vwo. Soms vraag ik me af of ik ooit nog echt gelukkig word, maar ik weet al niet meer waarmee. Van nostalgie naar de basisschool heb ik geen last.