Mwah, ik voel me niet echt gelukkig.
Op zich heb ik ook alles. Ik ben gezond, rijk als ik weet niet wat (gewoon normaal voor een Nederlands gezin, dus), ik kan school makkelijk aan, ik heb geen problemen in de familie, ik heb geen grote, nare dingen meegemaakt, ik hoef eigenlijk bijna niets te doen behalve een beetje ademhalen, enzovoort.
Het enige wat ik eigenlijk niet heb is vrienden. En een vriendje. Wat weer aan mij ligt, want ik heb geen zelfvertrouwen, ik ben onzeker en ik durf nooit wat te zeggen. Oh, en ik kom alleen mensen tegen op school, want ik ga niet uit (het lijkt me niet leuk, maar zelfs leek het me wel, waar moet ik beginnen?) en ik doe geen sport (ik vind sport stom) en ik werk ook niet oid. En de mensen op school, ik durf alleen tegen een ander heel onzeker meisje te praten, want zo'n onzekere mensen zijn voor mij zelfs geen gevaar. Daardoor lijkt het alsof ik haar aardig en leuk vind, maar ik minacht haar eigenlijk het meest, daardoor praat ik juist met haar. En ik sta wel bij mensen in de pauze, maarja. Dan luister ik alleen naar gesprekken over korfbal (doe ik niet) en tv-programma's die ik niet kijk. Het gaat nooit over dingen die mij interesseren, en zou het dat gaan, dan zou ik mijn mening niet durven geven.
Ik stoot mensen eigenlijk af omdat ik ze eng vind. Alleen ben ik op mijn gemak, maar uiteindelijk word zelfs ik er eenzaam van.
Niet dat dat 'de' reden is dat ik niet gelukkig ben. Ik ben gewoon heel negatief ingesteld. Ik ben vrij lui, ik heb het gevoel nooit ergens energie voor te hebben (zoals voor mensen), tussen andere mensen voel ik me eenzaam en anders en lelijk - ook vanbinnen. Gewoon zo'n mormel dat er niet tussen hoort oid. Ze lijken me altijd zo anders. In een klas voel ik me meestal het meeste naar de leraar getrokken, want die kent tenminste allemaal interessante dingen en is volwassen. Al vind ik de lesstof meestal te saai en niet kritisch en diepgaand genoeg.
En verder. Tja. Als ik een droomleven mocht leiden zou ik tussen allerlei kunstenaars en (heel) intelligente mensen leven, die lijken me meestal het aardigs. Of nou ja, ik voel me erbij op me gemak, want die zijn ook raar, net als ik. Mededichters van mijn leeftijd die ik soms ontmoet, daar voel ik me op me gemak. En bij mijn ex voelde ik me dat ook, en die was weer hoogbegaafd. En daar, met zulke mensen, durf ik wel mee te praten, zelfs over gedichten, die ik voor IRL mensen zo ver mogelijk afgeschermd houd. Dat voelt zo privé. En ik ben heel makkelijk te kwetsen.
Oh, en dichten is geen passie. Ik word er niet blij en gelukkig van. Ik houd ervan als ik iets schrijf wat ik mooi vind (maar ik erger me ook vreselijk als het niet lukt, en dat is steeds vaker zo omdat ik mijn eisen te hoog leg) en ik houd van de aandacht. Ja. Ik móet horen dat alles mooi en perfect is, want daar ligt de lat ondertussen. En daardoor móet ik mooi en perfect schrijven. En daar klap ik dicht en kan ik niet meer schrijven.
Maar eigenlijk ben ik gewoon te negatief. Te negatief over van alles. Over mezelf ook, dus. Negatief en te weinig energie/doorzettingsvermogen/wat is het, om echt iets te beginnen, voor mezelf op te komen, iets te doen wat ik geweldig vind. Het komt er nooit van. Misschien durf ik ook wel niet, want ik ben ook voor van alles bang (mislukken vooral).
Maar goed. Ik ben dus 17, ik werk niet, hoef thuis niet zoveel te doen, heb altijd te eten en te slapen, word niet mishandeld, doe vwo en haal op mijn gemak achten, iedere leraar is blij met mijn resultaten (behalve die van gym, dan), ik ben gezond, en ik heb het zoveel beter dan zoveel mensen. En toch ben ik ongelukkig. Niet omdat ik niet genoeg heb, denk ik, maar omdat ik het gewoon niet goed dóe, gelukkig zijn. Gelukkig worden. Er zijn namelijk heel veel mensen die van veel minder heel gelukkig kunnen zijn. Dat is ook gewoon, weet ik veel, aanleg, deels genetisch, een wereldvisie die je hebt.